toespraak Luc Peeters opening - jacquesbakker-photography

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

 

Jacques Bakker - I'm Alive - In Memoriam
_________________________________
Geachte Peter van der Velden, Marie-José, Jacques, vrienden, familie,
collega's.

Het is een grote eer en een immens plezier voor mij, niet alleen om hier een
woordje te kunnen zeggen naar aanleiding van deze tentoonstelling, maar
ook om gedurende vele jaren bevriend te mogen zijn met Jacques en
Marie-José Bakker. Deze vriendschap werd al vaak bezegeld in
bourgondische etentjes in deze prachtige Brabantse stad Bergen-Op-Zoom.
Ook bij mij thuis, onder de gotische kathedraaltoren van Antwerpen, hebben
we talloze keren op de vriendschap geklonken en gedronken.
De kathedralenbouwers, de gotische bouwkunst: geen architect bekend.
Een Gesamtkunstwerk. Het resultaat van vele generaties die gedurende
honderden jaren - wat is een jaar in het licht van de eeuwigheid? - een stenen
kantwerk bouwden naar de hemel. Ze streefden naar het goddelijke,
het tijdloze, het sublieme, ver verheven boven dit aardse tranendal.
Die heerlijke etentjes waren slechts het kader voor heerlijke
levensbeschouwelijke gesprekken: waarom zijn we hier? Wat doen we hier?
En wanneer het hier over and out is, wat zou er daarna komen?
Met Jacques kan ik altijd lekker mijmeren over het leven, de fotografie en de
kunst. Toevallig komen juist die onderwerpen allemaal samen in zijn werk.
Ze vormen er de drie pijlers voor.

Jacques en ik zijn collega's. We zijn beroepsfotografen die werken in
opdracht van klanten:
- Zakelijke klanten willen een product of een dienst promoten. Zoals zij
werken is er maar één. Daarvoor willen ze foto's die even uniek zijn als
zijzelf.
- Private klanten die een aandenken willen aan een bijzonder moment in hun
leven. Elk mensenleven is een continuum. De tijd gaat altijd even snel maar
wordt subjectief anders ervaren. Sommige momenten zijn mijlpalen,
keerpunten. Ze springen eruit, op een positieve of soms ook een negatieve
manier. Alles wat na dat beslissende moment komt is enigszins anders. Er
wordt gesproken over 'toen waren we nog niet getrouwd' of 'We waren toen
25 jaar getrouwd.' 'Pa ging toen op pensioen. Onze oudste zoon was toen
één jaar oud...'

Om zich meer allure te geven, zijn er beroepsfotografen die graag beweren:
'Fotografie is kunst!'
Ik ben het daar niet per sé mee eens.
Sinds de 'Gevonden Voorwerpen' van Marcel Duchamps, de met vet
ingestreken kamerhoeken van Joseph Beuys en de dozen waspoeder van
Andy Warhol, kan zowat alles kunst genoemd worden, zolang de uitleg maar
klopt. Vaak gaat het niet zozeer om het kunstvoorwerp zelf. Het maakt niet uit
of de kunstenaar het zelf gecreëerd heeft. Het doet er niet toe of dat moeilijk
was noch of hij het goed gemaakt heeft. Sommige kunstvoorwerpen
bestonden al, zoals het uninoir of het fietswiel van Marcel Duchamps.
Ze worden uit hun dagelijkse context gerukt om ze - bijvoorbeeld in een
galerij - op een andere manier te bekijken. Soms worden verschillende
voorwerpen samengebracht om op die manier een reflectie of een kritiek op
de samenleving te geven. Om vandaag kunstenaar te zijn, moet je niet per sé
iets goed kunnen, zoals dat in de gotiek of de renaissance wel het geval was.
Het kunstvoorwerp is slechts een vehikel om het verhaal mee te
transporteren.
Laten we even terugkeren naar de fotografie. Waar staat die in het hele
kunst-verhaal?
Net zoals bij andere beroepen kunnen we een onderscheid maken tussen:
- Zij die hun job uitvoeren zoals het hoort, zoals het moet, zoals het van hen
verwacht wordt. Zij gebruiken hun handen
- Zij die de verschijningsvorm verfijnen. Zij gebruiken hun handen én hun
hoofd. Ze volgen de gangbare normen van schoonheid. Ze imiteren zo
goed mogelijk de meesters. Ze maken decoratieve stukken en zijn trots op
wat ze kunnen: de ambachtslieden.
- Daarnaast zijn er een aantal collega's die hun handen, hun hoofd én hun
hart gebruiken. Zij gebruiken het medium dat hun het beste ligt om een
verhaal te vertellen dat ze kwijt willen. Hun leven is een zoektocht naar het
waarom. Ze willen hun aarzelingen, hun twijfels, hun vreugde, hun angsten,
hun tussentijdse conclusies communiceren met de kijker, de luisteraar, de
lezer. Ze doen dat vanuit een innerlijke drijfveer, niet zozeer om de
kunstdeelnemer te overweldigen met schoonheid, maar wel om hem mee
te nemen in hun verhaal, hem deelgenoot te maken aan hun zoektocht.
Vanuit dat perspectief noem ik Jacques Bakker een kunstenaar. Hij overstijgt
het uitvoerende en ook het ambachtelijke. Hij heeft een verhaal dat hij op een
poëtische manier aan ons wil vertellen.

Welke verhalen vertelt Jacques Bakker ons? Door welke werelden leidt zijn
zoektocht ons?
We bekijken hier in dit historische Markiezenhof vier onderscheiden reeksen:
De eerste daarvan is 'Digital Revolution'.
Bij niet-abstracte kunstwerken kunnen we een onderscheid maken tussen
Vorm en Inhoud. Wat stelt het werk voor, en hoe wordt het gebracht?
Het gebruikte medium bepaalt op een beslissende wijze de vorm.
Ook al gaat het om dezelfde inhoud, hetzelfde verhaal, toch zal het er
helemaal anders uitzien in de vorm van een boek of een film, een foto of een
schilderij. 'The Medium is the Message' stelde de Canadese filosoof en
socioloog Herbert Marshall McLuhan in het begin van de jaren '60 van de
vorige eeuw. Hij was een visionair die begreep dat de media een verlengstuk
vormen van de menselijke zintuigen: horen, zien, voelen, ruiken, proeven en
als zesde: evenwicht houden.
McLuhan is tussen haakjes ook de bedenker van de term 'global village'.
In 1959, lang voor er sprake was van het internet of the world wide web,
beschreef hij een wereld die op een bliksemsnelle wereld onderling
communiceert, alsof het een dorp is.
Het medium van de fotografie is in het laatste decennium volledig veranderd.
De omschakeling van analoog naar digitaal heeft niet alleen de fotografie zelf
veranderd, maar ook de wereld van de beroepsfotograaf. We kunnen gerust
spreken van een revolutie, een omwenteling. Net zoals andere
omwentelingen in de geschiedenis houdt ook de digitale revolutie een fase in
van complete afbraak, en vervolgens de heropbouw van iets nieuws, iets dat
voordien nog niet bestond. De digitale revolutie heeft vele slachtoffers
gemaakt, maar ook nieuwe mogelijkheden gebracht die voordien
onvoorstelbaar waren.
Jacques Bakker gebruikte een aantal van zijn oude negatieven om ze te
digitaliseren: hij vormde het analoge letterlijk om tot het digitale. De inhoud
mag na die omvorming dan dezelfde gebleven zijn, door het nieuwe medium
maakt Jacques er een nieuw verhaal van. Hij verkent nieuwe mogelijkheden,
speelt met nieuwe toepassingen en merkt dat er - in tegenstelling tot het
analoge - dankzij de digitale technieken haast geen grenzen zijn aan de
verbeelding.
The digital medium is the new message.

2) De tweede reeks is 'Forced Evolution'.
Jacques Bakker heeft een reeks zelfportretten gemaakt die geïnspireerd zijn
door de vergankelijkheid van zijn leven, van ons leven, van hét leven.
Elke foto is een sterk verhaal dat op zichzelf staat.
Over het thema van de reeks zegt Jacques: 'We hebben er niet om gevraagd
en we hadden er niets in te zeggen, maar toch is het ons allemaal
overkomen: ons leven. Het was een gooi van de dobbelstenen.
Het lot besliste over de plaats waar we geboren zijn en het tijdstip ervan.
Ons leven zou volledig anders verlopen zijn als we in een andere familie,
op een andere plek of een ander tijdstip ter wereld waren gekomen.
Met de voortdurende ontrafeling van de DNA-structuren komen de oneindige
variaties te voorschijn in de chemische verbindingen die ervoor zorgen dat
ieder van ons uniek is. Ook al heb je een identieke tweelingbroer, toch
bestaat er maar één persoon ter wereld zoals jij. Je genetisch materiaal
bepaalt zowel je fysieke als je mentale talenten én gebreken. Je intelligentie
en karakter liggen vast vanaf de bevruchting. Misschien schuilt er onzichtbaar
een tijdbom in je die op een later moment tot ontploffing komt en je vitale
organen stillegt of ze overwoekert met ongeremd groeiende kankercellen.
Het recept voor je leven werd tijdens de eerste celdeling geschreven, en het
blijft een geheim tot de laatste minuut van je bestaan. Hoe zal het eindigen?
De portretreeks heeft Jacques 'Gedwongen Evolutie' genoemd. Ik heb niet
om dit leven gevraagd. Ik moet me zo goed als ik kan uit de slag trekken in
de omstandigheden waarin ik per toeval ben terechtgekomen. Ik weet niet
wanneer noch hoe het zal ophouden. Daar ben ik ontzettend bang voor. Ik
heb echter geen keuze: ofwel gaat mijn leven verder, word ik dus ook ouder,
ofwel houdt het leven hier op en is het nu voorbij. Het is een gedwongen
evolutie van geboorte naar dood. Het leven is een dodelijke ziekte.'
Zit er een plan achter ons leven? Heeft het een bedoeling? Is er iemand die
het stuurt? Komt er iets na dit aardse bestaan? Zullen we dan bestraft of
beloond worden voor wat we hier op aarde hebben gedaan? Jacques groeide
kort na de tweede wereldoorlog op in katholiek Noord-Brabant. 'In de loop der
jaren heeft dit meer raadsels opgeleverd dan vragen beantwoord.
De catechismus schreef ons voor om in dit leven ons best te doen zodat we
in de hemel rijstepap zouden eten met gouden lepeltjes. Dat is natuurlijk
nonsens. Op een bepaald moment begin je te begrijpen dat ons verhaaltjes
zijn wijsgemaakt. Dat zorgt voor een pijnlijke desillusie. Ze hebben me voor
de gek gehouden.'
Het geloof in God en het hiernamaals vormde ooit de grondvesten waarop
bovenmenselijke kathedralen werden gebouwd die tot de hemel reikten.
Dat traditionele geloof is in het Westen verdampt tot een sliert zo ijl als
sigarettenrook. Het groepsgebeuren van weleer is verworden tot folklore, een
onderdeel van onze culturele erfenis. Het kan op een vergelijkende,
wetenschappelijke manier bestudeerd worden vanuit een antropologisch of
sociologisch standpunt, maar het nog langer ernstig nemen in onze global
village?...
Het loslaten van overtuigingen kost heel veel moeite. Het is pijnlijk om het
traditionele referentiekader voor goed en slecht te verliezen. Je voelt je als
een vreemde in de sociale context waarin je bent opgegroeid. Daarenboven
blijken de voorgangers in de eredienst, zij die onze eerbied verdienden,
regelrechte oplichters. Hoe kunnen wij hen respecteren, niet zozeer als mens
maar wel in de uitoefening van hun functie? Er gaapt een groot gat.
Net zoals een ravijn heeft dit een haast magnetische aantrekkingskracht op
twijfelaars.
De kunstenaar laat zijn hart spreken. Via de fotografie uit hij zijn twijfels, zijn
angsten ook die hem overdag door het hoofd spoken en hem 's nachts uit zijn
slaap houden.
Jacques vertelde me: 'Deze reeks, dat ben ik. Ik zit dan met iets in mijn hoofd
en soms heb ik daar slapeloze nachten van. Het wordt een obsessie.
Ik MOET het uitwerken. Ik zoek de accessoires bij elkaar, stel het licht op,
maak een paar testopnames, en alleen wanneer ik echt niet zelf op de
ontspanknop kan drukken, pas dan roep ik Marie-José erbij.'
Voor we hier in een groepsdepressie verzinken, duidt Jacques ook op het
positieve aspect van deze reeks. 'Het is altijd een feest om deze beelden te
maken', zegt hij. 'Dat is creatie, het maken van iets dat nog niet bestond.
Het leven, dat is het uitstellen van de dood.'

3) De derde reeks heet 'Birds'.
Het is de jongste reeks en ze is nog steeds in ontwikkeling.
Jacques heeft zichzelf vleugels aangemeten.
Dromen we niet allemaal om op eigen kracht te kunnen vliegen? Ons door
een eindeloze, driedimensionale ruimte te kunnen bewegen, los van de
zwaartekracht die ons aan de aarde ketent.
Maar waarom vandaag blijven dromen? Het is tenslotte een droom die al lang
gerealiseerd is, gemechaniseerd, geïndustrialiseerd op zo'n schaal dat we er
ons geen vragen meer bij stellen. De lucht hangt vol met vliegtuigen, de hele
dag lang. In de metalen buik van grote vogels kunnen we in een razend
tempo van de ene kant van onze planeet naar de andere vliegen.
Dat is normaal.
Maar daar heeft Jacques het niet over. Hij wil niet als een sardine in een
metalen blik zitten, vastgesnoerd en met de knieën in de nek van degene in
de stoel voor hem. Dan vlieg je niet echt, maar word je gevlogen. Je wordt
getransporteerd, verplaatst als een ding, en daar droomt Jacques niet van.
Hij wil op elk moment kunnen opstijgen, klapwiekend, om vervolgens op
eigen vleugels te zweven... overal waar zijn nieuwsgierigheid hem naartoe
brengt, tot in de hemel... als een engel. Net als de gotische
kathedralenbouwers richt hij zich naar het hogere, het eeuwige, los van dit
tijdelijke aardse bestaan
Alles in het werk van Jacques Bakker is ambigu: Al wat opstijgt moet
onverbiddelijk terug neerdalen. Vleugels zijn een symbool van vrijheid en van
schoonheid, maar ook van lelijkheid. 'Wanneer we gaan wandelen, komen we
vaak rottende kadavers van vogels tegen,' vertelt Jacques. 'Op hun manier
zijn ze ook mooi, maar niet lieflijk. Het wordt architectuur, net zoals schedels,
botten, takken. Het is levende of dode architectuur. Een wonder dat de natuur
dit bouwt.'
Vliegen op eigen vleugels houdt risico's in. De zwaartekracht overwinnen,
opstijgen tot de hemel, dat getuigt van overmoed. Zodra je te dicht bij de zon
komt, smelt de was waarmee de veren zijn samengevoegd tot vleugels.
Net als Icarus zal je te pletter storten. De aarde laat je niet los.
Vliegen op eigen vleugels, het blijft een droom.

4) De vierde serie heet 'Honger'
Het gaat om beelden die gemaakt zijn voor de toneelgroep in Bergen Op
Zoom die ook 'Honger' heet. Met zes personages maakten ze een toneelstuk
over vasthouden en loslaten.
Jacques heeft hen gefotografeerd met voorwerpen die ze willen weggooien
maar niet kunnen loslaten. Persoonlijke emoties worden aan voorwerpen
toegedicht. Iemand anders ziet ze niet. De inhoud is niet gelijk aan de vorm.
Zo hangt er bij mij in huis een antieke koekoeksklok. Die heb ik gekregen van
mijn tante, kort nadat mijn oom overleden is. Ik had haar verteld over mijn
herinneringen aan mijn oom die horlogemaker was. Wanneer de klokken in
zijn winkel allemaal samen gingen slaan, dan zette hij mij in zijn nek en ging
voor de koekoeksklokken staan. Dat magische beeld zit eeuwig in mijn hoofd.
Iemand anders ziet alleen een ordinaire, misschien zelfs kitscherige
koekoeksklok. Voor mij is het mijn tante, mijn oom, mijn kindertijd, mijn
beleving van een wondere wereld toen ik vier jaar oud was.
We kunnen niets vasthouden. Alles is vluchtig. Alles is tijdelijk. Alles vergaat
tot stof en as. Het enige dat overblijft zijn herinneringen, en zelfs die vervagen
met de tijd.
Wat is dan het nut van ons verblijf op aarde? 'I'm Alive, but why?' vraagt
Jacques zich hardop af.

Fotografen zorgen voor een zichtbare getuigenis van hun doortocht op aarde
als nalatenschap voor de volgende generaties.
Jacques Bakker legt niet zozeer de externe gebeurtenissen in zijn leven vast,
maar wel zijn innerlijke overpeinzingen. Hij maakt opnames van de reis
doorheen zijn eigen verlangens, twijfels, geneugten en angsten.
Dat levert poëtische, doorvoelde beelden op waarbij hij zelf de acteur is die
de verschillende personages in zijn eigen leven speelt.
Het woord persoon komt van het Latijnse Persona, wat masker betekent. Elk
mens, iedere persoon, speelt de rol die van hem verwacht wordt.
We zijn allemaal opgevoed in een bepaalde dominante cultuur die ons
voorgeschreven heeft wat wel en wat niet mag, hoe we goed doen en wat
helemaal fout is. Daardoor is het masker gekneed tot wat we in de dagelijkse
omgang dragen. Onze 'persoon-lijkheid' is gevormd. Daaronder zit een
masker dat we uitsluitend in intieme kring opzetten.
Jacques Bakker graaft nog dieper. Hij pelt de maskers van zijn eigen identiteit
af, als de schillen van een ui. Soms lijkt hij zich achter een extra masker te
verbergen, niet om zijn eigen persoon te verstoppen, maar wel om nog
duidelijker te begrijpen wie eronder zit.
Ook al gaat het voornamelijk om zelfportretten, onder welke persona dan ook,
toch gaat het niet uitsluitend om Jacques Bakker zelf.
Het zijn niet zomaar selfies. Jacques Bakker getuigt van de zwerftocht die
onze samenleving maakt over een rusteloze zee waar geen boeien meer zijn,
geen vuurtorens die ons naar een veilige haven lonken.
Jacques zegt 'I'm Alive'. Hij getuigt van een leven in een tijdperk waarin alle
maskers afvallen. Naakt staan we tegenover elkaar.
Deze naaktheid veroorzaakt angst, angst voor het leven zelf.
Een leven dat ooit voor ieder van ons ophoudt.

Dat is het In Memoriam van Jacques Bakker.

Luc Peeters

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu